Ik werk in een restaurant en iedere week komt dezelfde man met dezelfde grappen.
Of nee, niet dezelfde grappen. Steeds dezelfde soort grappen. Grappen van het niveau André van Duin, toen iedereen hem nog leuk vond en met iedereen bedoel ik vooral mijzelf op zaterdagavond frisgewassen en gestreken met een bakje chips op de bank.
De man bestelde vanavond iets met ossenstaart. Ik bracht zijn gerecht en hij draaide zijn bord rond. "Waar is die staart dan?"
Iedere week als hij om de rekening vraagt, vraagt hij eerst ook altijd of hij anders ook mag afwassen. Er komt een dag dat ik de afwassers uit hun hok sleur en de man inderdaad laat afwassen.
Ik ben niet veel beter hoor. Ik doe ook iedere week hetzelfde. Iedere week doe ik dan weer iets waar ik stilletjes van geniet. Doen alsof ik hem niet hoor.
"Sorry?" vraag ik dan.
Hij vertelt opnieuw zijn grap en ik zeg "oh" en loop zonder te lachen naar een volgende tafel. Onbeleefd. Ja. Maar, genieten.
Iedere week hetzelfde.
Hij heeft ook een vrouw. Hoe is het mogelijk.
Als ik twee dezelfde gerechten breng en het eerste bord bij zijn vrouw zet, zegt hij steevast: "Nou, voor wie zou die andere nou zijn?" Er komt een dag dat ik zeg dat ik dat ook niet weet en het bord mee terugneem naar de keuken.
Ik vertelde over de man bij mijn ouders. Mijn moeder kent ook zo'n man. Maar deze man was consequenter: iedere keer als hij bij ons aanbelde kroop hij achter de coniferen. Mijn moeder, consequente vrouw die ze is, iedere keer: "Hoi Hans."
Als ik hem nog één keer de grap hoor maken of er ook kangoeroewijn is (een wijn uit Australië) scheer ik mijn wenkbrauwen af, zodat ik ze nooit meer hoef op te trekken als ik bij hem aan tafel sta.
negen reacties
En: verschrikkelijk. zo'n man. Ver-schrik-ke-lijk. Bah. Floor (URL) - 07-06-’09 10:31
Een of meer reacties staan in de wachtrij om goedgekeurd te worden.