Een column voor de nieuwsbrief van mijn opleiding, het MIM aan de HvA.
Alle metrostations van Amsterdam vind ik deprimerend en Strandvliet is daar absoluut geen uitzondering op. De route van Strandvliet naar Borchland vind ik als het kan nog altijd net iets deprimerender.
Als ik die route loop en de kortste weg neem, dus door het zand, verwacht ik nog iedere keer een lijk. Het zou een prachtige locatie zijn voor een openingsscène van Baantjer, zo luguber is het daar.
Laatst lag er een lipgloss, een mascara en een verloren schoen. 'Direct komt het lijk', dacht ik nog.
Als ik dat voorbij ben en het zand van mijn schoenen trap, loop ik langs de container waar mannen van de gemeente koffie drinken. Ik zie aan hun mimiek dat ze iets roepen naar de meisjes voor mij. Een vrolijk tafereel.
Eenmaal aangekomen bij Borchland ga ik net zoals alle andere 1000 studenten in het halletje van 32 vierkante meter staan. Iedereen gilt dan nog zinnen als "Wat is controlled circulation?" en "Wat was er ook alweer in 1983?" Van dat soort zinnen raak ik juist helemáál niet gestrest.
De deuren gaan open en iedereen stormt de zaal in. Ik loop regelrecht naar blok drie en kleur groen.
Als ik dan eenmaal zit moet ik al een nieuw opgaveblaadje vragen, omdat ik door de zenuwen mijn studentnummer verkeerd heb ingevuld.
Ik wens mijn achterbuurvrouw succes en neem een paar minuten rust voordat ik begin. En juist dan volgen alle dingen waar ik aan denk als ik 'Borchland' hoor: de rafelige houten tafeltjes waar je kleding aan blijft haken, stoelen die ervoor zorgen dat je na een half uur zitten het tentamen het liefst staand wilt voortzetten, het afzuigsysteem wat ieder kwartier Heel Hard laat horen dat het een afzuigsysteem is en.. Dat Borchland ook voor evenementen gebruikt wordt. Echt? Borchland voor recreatie? Als ik alleen al naar deze zaal kijk krijg ik het nostalgische gevoel terug dat ik kreeg tijdens de gymlessen: het-bang-voor-de-bal-syndroom.
Op de terugweg is de wandeling naar Strandvliet een stuk minder deprimerend. Een waterig zonnetje schijnt. En altijd denk ik dan even: 'Ik ga het tentamen lekker niet nakijken straks'.