We gingen het pasgekochte Ikea-bed in elkaar zetten. Een bed van 1,80 meter bij 2,20 meter. Ik ging in de ombouw staan, die we na een half uurtje in elkaar hadden (we zijn een zeer goed klusteam).
"Het heeft de oppervlakte van een studentenkamer," zei ik.
"Jezus hij is echt heel groot," zei Walter.
Om het bed heen lopen is ver.
Het bed is echt heel groot. Ik slaap thuis in een eenpersoonsbed, waar ik al alle ruimte heb omdat ik niet zo heel erg groot ben. Een eenpersoonsbed is heel prima voor mij.
Voor Walter is een bed van 1,80 bij 2,20 een must, want Walter is 2 meter.
Voor mij is een bed van 1,80 bij 2,20 ontzettend overdreven. Ik kan er dwars in liggen, ik er kan rondjes in draaien als het moet. Ik kan liggend rondjes draaien en heel hard "dit bed is heel oke, olé olé" gillen.
Het bed verschonen kan Walter nu niet meer alleen, dus moet hij daar steeds mee wachten tot ik weer blijf logeren. Gelukkig voor hem logeer ik met grote regelmaat bij hem. Het bed verschonen gaat dan zo: één iemand houdt het dekbedovertrek bij de punten vast (wat echt heel moeilijk is want die iemand ben ik dan meestal, en ik zie heel slecht wat nu de brede of de lange kant is). Dan gaat één iemand op het bed staan (dat ben ik ook) en houdt het dekbed zo, zodat het hangt en zodat de ander eraan kan sjorren. Na heel wat gesjor hebben we dan eindelijk het dekbed goed in het overtrek.
Het is heerlijk slapen in het nieuwe bed. Walter kan nu voortaan recht liggen, in plaats van schuin. En ik beleef nieuwe dimensies met het rondjes draaien. Het bed is echt heel groot. En hoog ook. Het is zelfs zo hoog dat het echt gevaarlijk wordt als je elkaar quasi grappig het bed uit probeert te duwen. Het is zo hoog dat als ik mijn glaasje water naast het bed wil pakken, eigenlijk eerst uit bed moet klauteren voordat ik bij het tafeltje kan. Er kan eigenlijk best een ladder voor komen, denk ik.
Het bed is groot en hoog en nog steeds lig ik op het randje van het bed, want een bed kan nooit groot genoeg zijn voor Walter.
Vroeger mocht ik weleens mee met een vriendinnetje en haar ouders naar het strand van Vlissingen. En dat vond ik dan heel speciaal omdat ik de Nederlandse zee niet vaak zag vanwege ouders met een eigen zaak, weinig tijd en onze vakanties naar Griekenland.
Dus besloten de ouders van Marieke om een dagje naar zee te gaan, dan werd ik altijd meegevraagd.
Zo'n dagje strand vergde enige voorbereiding: mijn tas werd de dag van te voren klaargezet, er werd zonnebrand factor 45 in huis gehaald en ik kreeg geld mee om te trakteren. Op de dag zelf werd ik thuis alvast ingesmeerd door mama. Daarover ging mijn badpak en daarover ging nog mijn kleding.
Achterin de auto was het bloedheet. Mijn zonnebrand was dan in mijn kleren getrokken en het proviand was dan meestal al ver op.
Op de terugweg vond ik dan zand in mijn tas.
Afgelopen week wilde ik naar het strand. Gewoon met kleren aan, zonder zonnebrand, zonder proviand. Gewoon, we pakten de trein en we gingen naar het strand. Heel gewoon, alsof we mensen waren die dat altijd deden met hun twee Golden Retrievers, alsof ik een coupe soleil had en alsof we altijd witte kleding droegen. Een strandwandeling maken zoals mensen dat doen als ze uit willen waaien. Ik hoefde niet perse uit te waaien. Ik wilde gewoon graag de Nederlandse zee weer eens zien en ruiken hoe ze ruikt. Ik werd er heel vrolijk van. Bij iedere hond die we zagen vonden we een strategie hoe we de hond zijn pad het beste konden kruisen zodat we hem zouden kunnen aaien. Dat was zielig, maar we hadden er heel veel lol in.
Op de terugweg zat er zand in mijn tas en een dag later werd er een hondje uit het asiel gehaald.
Mijn verkering vertelde me over een wetenschapper die had geconcludeerd dat honden eigenlijk geestelijk gehandicapt zijn. Honden vertonen speels gedrag en dat is niet goed. Wolven, volwassen wolven, zijn pas echt volwassen. Zij spelen niet, ze kopen volwassen dingen zoals fruit bij de Albert Heijn en ze slapen ook niet in een mandje, maar in een stoer bos. Of als ze pech hebben, in een geheimzinnig hoekje in de Zoo van Antwerpen. Maar volwassen mensen hebben ook weleens pech.
Als je als volwassene speels gedrag vertoont en nog steeds iedere dag opnieuw met een bal wil spelen of nog steeds de zenuwen krijgt bij een goeie verstopplek, nou.. Dat is niet helemaal zoals een volwassene zich hoort te gedragen ben ik bang.
Eigenlijk geloof ik die wetenschapper wel.
Nu kijk ik zo eens naar mijn lievelingshond Border Collie Tim. En het doet me een beetje pijn. Tim heeft speels zijn uitgevonden. Tim wordt wild van balletjes en als er iemand binnenkomt springt hij omhoog en kruipt hij het liefst bij je op schoot. Dus als Tim een mens zou zijn, zou hij een debieltje zijn. Ik kan niet zo goed tegen dat idee.